Nieuws

04 Juli 2019:
Terugblik blindsimultaan

Er is veel onderzoek gedaan naar blindschaken. Aangetoond is dat drie zaken belangrijk zijn: schaakkennis, ruimtelijk voorstellingsvermogen en geheugen. Geheugen staat dus niet op de eerste plaats. Wat mezelf betreft, ik heb ruim vijftig jaar schaakervaring opgedaan en heb van beide ouders gunstige genen gekregen. Mijn moeders familie herbergt tekentalenten (ruimtelijk inzicht) en mijn vader was een uitstekend hoofdrekenaar (geheugen).

Wat zie ik tijdens het blindspelen? Niets: geen bord, geen velden, geen stukken, geen kleuren. Ik ervaar iets ruimtelijks, met daarin abstracte structuren die betekenis hebben. Een structuur is meestal een groep stukken, een stellingsbrok, met een specifieke eigenschap, bijvoorbeeld de bekende rochadestelling Kg1, f2, g2, h2, Pf3. Of een groep stukken verspreid over het bord die deelnemen aan de belegering en verdediging van een pion.

Bepaalde stellingstypen kunnen een blindspeler goed liggen. Dan kan in een oogopslag de stelling als een geheel worden overzien. Het bekende Duitse woord ‘Gestalt’ drukt dat goed uit. Die ervaring had ik in het eindspel van de partij aan bord 1. In andere gevallen wordt het geheel opgebouwd door de eerder genoemde stellingsbrokken langs te gaan.


,

Het stellingsbeeld kan in een gering aantal zetten sterk wijzigen. Een speler achter het bord ondervindt geen problemen want hij ziet de stelling voor zich. De blindspeler moet echter scherp zijn en de stelling steeds opnieuw ruimtelijk construeren voor het geestesoog. Op dit punt kan ik slordig zijn, veroorzaakt door te snel spelen of wegzakken van de concentratie, met als gevolg dat later het stellingsbeeld niet meer correct is. Dit geschiedde tijdens de gehele simultaan een keer, in de partij aan bord 4.


,

Arie Werksma